 |
 |
| In plaats
van naden die gebreeuwd en gerubberd zijn,
zijn in het hele vlak latten en blokjes
gelijmd. Op de foto zie je dat elk kiertje
opgevuld is. Toen de tjotter weer te water
ging, is het hout gaan uitzetten en heeft
het schip zichzelf uit elkaar gedrukt.
|
|
| Op de
plekken waar de spanten doorgezaagd zijn,
zie je dat er door het uitzetten van het
hout een naad is ontstaan van anderhalve
centimeter. De naad is gedeeltelijk opgevuld
met kit. |
|
 |
| Ook bij
de spanten van het zeilwerk is gepoogd alleen
het onderste deel van de spanten te vervangen.
Bij de rode pijlen zitten kieren van een
centimeter breed. |
|
We beginnen met het vervangen van alle spanten
en het zeilwerk. We maken de spanten zoals
gebruikelijk uit één stuk eikenhout dat
van zichzelf al enigszins de juiste vorm
heeft.
|
|
 |
 |
 |
Het bovenste deel van een spant, heet de
oplanger. Deze hebben aan de zijkant een
sierlijntje dat ik er met een kruishoutje
in zet. In het verleden zette elke scheepsbouwer
met een specifiek soort randafwerking als
het ware zijn handtekening op het schip.
Als restaurateur volg ik bij de schepen
die ik onder handen heb, de randafwerking
die het schip van de bouwer heeft meegekregen.
|
|
 |
| Tussen
de mastkokerwangen zat een blok kops hout
waar water heel gemakkelijk kon indringen.
Dit blijkt helemaal verrot te zijn. We vervangen
het door een mastspoor zoals dat op kleine
tjotters gebruikelijk was. |
|
 |
 |
Met het vernieuwen van het zeilwerk kunnen
we ook de plaats en de stand van de mast
aanpassen. De mast stond namelijk te ver
naar voren en ook nog voorover. Het schip
werd daardoor erg lijgierig en kreeg ter
compensatie zwaarden die ook ver naar voren
bevestigd waren. In het nieuwe zeilwerk
komt de mast meer naar achteren te staan
en kunnen we weer de oude gaten in het boeisel
(rechts op de foto) gebruiken voor de ophanging
van de zwaarden.
|
|
 |
 |
| Nu alle
spanten en het zeilwerk vervangen zijn,
keren we het schip om zodat we het vlak
kunnen vernieuwen. |
|
|
|
 |
| De eerste
vlakgang is gesloopt. |
|
 |
 |
|
Ik maak eerst
een mal van stroken triplex en zoek daarbij
een eiken plank die de juiste ronding heeft.
Deze plank is door de zagerij op 2,8 cm
dikte gezaagd. Hierna gaat hij door de vandiktebank
en blijft er 2,4 cm van over. |
|
 |
 |
| Warm hout
kan met behulp van gewichten in de juiste
kromming gebracht worden. Het is de kunst
om het hout met een gasbrander en warm water
zover te verhitten dat het op de juiste
plaats wil buigen, maar niet verbrandt.
De plaats van de ondersteunende stokjes
en de gewichten zijn cruciaal in het aanbrengen
van de juiste bocht. |
|
|
Als de plank
de juiste kromming heeft, klem ik hem direct
(warm) op het schip waar hij langzaam afkoelt.
|
|
 |
 |
|
De kromgebrande
plank behoud eenmaal afgekoeld zijn vorm
en wordt hier aan de binnenkant schoon geschuurd.
|
|
|
Definitief
op zijn plek met roestvrijstalen schroeven.
|
|
| Inmiddels
is ook de kielplaat vervangen en de tweede
vlakgang gebrand. |
|
 |
 |
De naden zijn gebreeuwd en gerubberd en
het schuur- en verfwerk kan beginnen.
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
| De eerste
primerlaag van het onderwaterschip. Om verfspetters
boven de waterlijn te voorkomen, krijgt
de tjotter een papieren rokje aan. |
|
| Na 6
lagen onderwaterverf zou je eigenlijk
verder gaan met 1 à 2 lagen antifouling,
maar dat moet kort voor het schip te
water gaat gebeuren. |
|
| Marinus van Praag
heeft er veel plezier in om in zijn vrije tijd het scheepje
te lakken en schilderen, dus gaat de Frouwe Anschje
met het onderwaterschip in de verf en een laklaag op
het blanke hout terug naar huis. Als het goed is kunnen
we hem dan komende zomer op de Reeuwijkse Plassen tegenkomen. |
|