|
Historie
In een brief van 12 april
1955 van N.H. van Schelven te Gouda aan F.G. Spits,
toentertijd beheerder van het Stamboek, staat het volgende:
... Mijn moeder kocht van dokter
J.H. Bakker Niemeyer de tjotter om hem
... als verjaardagsgeschenk
te geven aan mijn vader Dit is waarschijnlijk in 1913
geweest, want op de wedstrijd van "Hollandia" won vader
op 7-6-1914 met deze tjotter de eerste prijs. In 1934
verkocht vader de tjotter aan C.A.M. Krimpenfort te
Gouda en deze herdoopte hem in “Hen-Rie-The”. Deze verkocht
de tjotter aan J. Meyer te Gouda in het jaar dat hij
zich de 16m2 “Hen-Rie-The” aanschafte. Wanneer
de heer Meyer, en aan wie, de tjotter verkocht weet
ik niet.... Voor zover nu bekend is de tjotter in 1880
gebouwd. De naam “Lotos” (Lotus) is weljuist, want op
de zeilenkist stond deze naam. Het was echter niet leesbaar
of het een o of een u was.... Ik heb mijn vader echter
ook wel eens horen zeggen, dat de tjotter net zo oud
was als mijn moeder, naar wie het schip heette (“Hilda”
dus) en zij is in 1882 geboren.
Nicolaas Hendrik van
Schelven, oudste zoon van korenmolenaar Willem van Schelven
te Krimpen a/d IJssel, oefende in Gouda hetzelfde beroep
uit als zijn vader en zijn broer Willem in Krimpen.
Zijn molen, genaamd ‘t Slot staat heden ten dage
nog steeds aan de oever van de Hollandse IJssel. Zoals
uit het bovenstaande blijkt, kreeg hij in 1913 de tjotter
als verjaardagsgeschenk van zijn vrouw. De naam “Lotus”
werd veranderd in “Hilda”. Het Nederlandsch Jachtregister
van 1925 noemt Holtrop van der Zee als bouwer; daar
staat als bouwjaar 1881 vermeld. Dat Eeltje Holtrop
van der Zee de bouwer zou zijn is niet onmogelijk, maar
niet meer met zekerheid vast te stellen. Uit de werfboeken
blijkt dat de door Eeltjebaes vanaf 1874 gebouwde grote
tjotters (de zgn. fjouwerachten), voor zover alle maten
ervan vermeld staan, een ‘wijdte’ binnenwerks hadden
van 2,34 meter, corresponderend met een grootste breedte
over de huid van circa 2,40 meter. Bovendien hebben
alle latere tjotters van Eeltjebaes een over de gehele
lengte gepiekte bodem. De “Hilda” echter is uitwendig
2,23 meter breed, heeft een licht V-vormig vlak met
zwak hoekige kimmen en brede gangen. Het blijft mogelijk,
dat zij identiek is met de in 1882 gebouwd voor Wolfrat
te Amsterdam; uitsluitend de lengte daarvan staat in
de werfboeken vermeld, niet de wijdte. Het bouwjaar
zou dan overeenkomen met het genoemde geboortejaar van
mevrouw Van Schelven. Overigens was volgens de meetbrief
van 1919 de lengte over alles 4,75 meter. Dus is de
“Hilda” eigenlijk geen fjouweracht. Een andere mogelijkheid
is, dat zij de boot is, die Eeltjebaes in 1884 bouwde
voor Jhr H.L. van Haersma de With te Oenkerk. Met 16
vt 9 dm had deze exact een lengte van 4,75 m. Wij menen
echter, dat deze boot dezelfde is als de in 1960 verbrande
“Kloekie”.
In 1934 wordt de “Hilda” in een advertentie in De Waterkampioen
te koop aangeboden: …Tjotter. Te koop de tjotter “Hilda”,
4.8 W.M. met dubbelen inventaris, 2 grootzeilen, 4 stagfokken,
3 kluivers, 2 ballons, 2 gieken, 2 botteloeven, 2 paar
zwaarden. Alles in prima conditie. Adres. N.H. van Schelven,
Gouda.
Technische gegevens
Hoofdafmetingen
- Lengte over de stevens 4,81 m
- Grootste breedte over de huid 2,23 m2
- Holte op het grootspant 0,90 m
- Zeiloppervlak: Grootzeil + fok 22,1 m2
Opmerkingen
Een opmerkelijk detail bij deze tjotter is het draaipunt
van de mast. Zoals op één van de foto's is te zien,
zijn tegen de achterkant van de mastkokerwangen zware
ogen gemonteerd. Rondom de mastvoet is op deze hoogte
een vierkante ijzeren ring bevestigd, aan de achterkant
eveneens voorzien van twee aangesmede ogen. Door deze
ogen wordt een ijzeren bout gestoken waar de mast dan
om kan draaien. Deze constructie hebben wij bij ronde
jachten niet eerder gezien. Wat de herkomst van deze
boot betreft, de bouwwijze met vrij brede gangen (met
schijnnaden) doet eerder denken aan Lantinga dan aan
Van der Zee. Ook is het snijwerk op bedel- en hennebalk
afwijkend van dat van de latere tjotters en Friese jachten
van Van der Zee. Daartegenover echter is de kwaliteit
van het snijwerk hoog, vooral ook de manier waarop de
krullen op de boeisels zijn aangebracht doet bepaald
aan Van der Zee denken. Wij menen echter dat de toeschrijving
zonder concrete bewijzen speculatief blijft.
|