| De tjotter (boatsje)
Lutjepotje (2008)
De 'Lutjepotje' is een snelle
zeiler, die het de grotere tjotters bij wedstrijden soms
knap moeilijk kan maken. Maar tijdens de wedstrijden in
de zomer van 2007 kwam Dirk Slijper meer dan eens hozend
over de finish. De kitspuit loste het probleem voor even
op, maar aan het eind van het seizoen werd toch duidelijk
dat het boatsje 'Lutjepotje' toe was aan een grootscheepse
restauratie.
|
 |
Het boatsje is in
1947 gebouwd bij Wildschut in Gaastmeer. Een werf waar
veel houten Staverse jollen zijn gebouwd en later ook
stalen skûtsjes en enkele klippers. In 1985 kocht dhr.
E.F. Slijper het boatsje. Na zijn overlijden in 1988
kwam het in handen van zijn zoon Dirk die er sindsdien
fanatiek wedstrijden mee zeilt.
In 1987 waren al eens stukken van de gangen vernieuwd,
maar juist het gedeelte in de kop en de kont waar de
grootste kromming zit, liet men toen zitten. Ik heb
dit soort gangen bij de
Rûzer echter ook al eens vervangen en
ik kan Dirk beloven dat de lijnen van het sierlijke
scheepje tijdens de klus behouden zullen blijven. |
Spanten
en Leggers
Na inspectie blijken ook bijna alle spanten vervangen te moeten
worden. In het midden- en achterschip zijn ze rot en in het
voorschip zit er in de spanten op een onlogische plaats een
extra las (zie rode pijl). Hierdoor
is de constructie bij lange na niet stijf genoeg om de nieuwe
gangen aan te bevestigen. |
| Ik vervang ook
de mastlegger en de vulstukken tussen de zeilspanten. Dwars
over de mastlegger is een nieuw mastspoor gekomen. Dit zat niet
(meer?) in het boatsje, maar je ziet dit bij veel vergelijkbare
schepen en het is constructief veel sterker. De oude mastkoker
is hier weer in vastgezet. |
 |
 |
| In het voorschip
ontbreken de leggers, maar de spanten staan in zo’n
klein scheepje tegen elkaar aan. Dit biedt voldoende
stevigheid. |
|
|
|

 |
|
Tussen de binnenlijst en het boeisel zit witrot,
of droogrot. Het is een schimmelaantasting van
het hout die begint als schimmeldraden in een
naad tussen twee delen, maar die uiteindelijk
ook in het hout dringt.
|
|
 |
Het hout verpulvert en onder de lak zie je witgele
vlekken (zie onderste stukje op de foto). De
lijst van de Lutjepotje is zo aangetast dat
we besluiten de hele binnenlijst te vervangen.
|
|
| Herstellen
van de oude lijnen |
|
 |
 |
|
De laatste jaren
is de kop van de Lutjepotje al een beetje gaan
hangen. Om de sierlijke lijnen weer in ere te
herstellen heb ik eerst het voorplechtje losgemaakt
van de boeg en een paar centimeter omhoog gekanteld.
Daarna heb ik de plecht in deze stand gefixeerd
door het met een nieuw bandstukje vast te maken
aan het boeisel erachter. |
|
|
De tweede stap
is het aan weerskanten doorzagen van de oude
gangen en de voorsteven. Daarmee komt er ruimte
om de voorsteven iets omhoog te brengen zodat
de bovenkant van de oude gang weer strookt met
de voorplecht. Alleen nu op een hogere positie.
De lijnen lopen nu zoals vanouds weer mooi door.
|
|
|
|
| De Lutjepotje
is een ééngangstjotter. Hierbij zit onder het
boeisel maar één gang en daaronder begint het
vlak. Deze gang is 45 cm breed en bepaald eigenlijk
in zijn eentje het model van het schip. Je kunt
je voorstellen dat als deze plank niet de juiste
kromming heeft, je op een kwart van het scheepje
zoveel spanning brengt dat de tjotter helemaal
scheef trekt…
Eigenlijk zou het veel makkelijker zijn om twee
smalle gangen te maken in plaats van één brede
(en de meeste scheepsbouwers doen dat tegenwoordig
ook), maar ik vind dat ik moet kunnen wat ze
vroeger ook konden. Eén brede eiken plank die
precies zo krom wordt, dat de Lutjepotje haar
mooie sierlijke lijnen behoudt.
|
|
 |
 |
 |
|
Van multiplex
maak ik eerst een mal om te bepalen hoe lang
en breed de gang moet worden.
|
|
 |
 |
Brede gangen
hebben eerder de neiging om te scheuren dan
smalle gangen. En de hele lijn van het scheepje
moet in deze plank tot uitdrukking komen! Behalve
de kromming in de lengterichting, moet de plank
ook zijwaarts buigen. Na 30 cm draait hij eerst
naar binnen, na 60 cm vervolgens naar buiten
en op het eind valt hij weer naar binnen.
Het authentiek restaureren van een boatsje is
daarmee eigenlijk moeilijker dan het restaureren
van een Fries jacht of boeier die immers uit
meerdere en smallere gangen bestaan. |
|
 |
 |
| De warme plank
wordt vastgeklemd op het schip.
Als de gang
is afgekoeld, behoudt hij zijn vorm. Met schoolkrijt
markeer ik waar ik nog een paar millimeter moet
afschaven om hem netjes pas te maken.
|
|
 |
 |
| Waar de plank
tegen de spanten komt, smeer ik het in met dunne
lak. Daarna schroef ik hem vast en is een eikenboom
een boatsje geworden. |
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
|
Nu ligt het boatsje
op zijn kop en is de kielplaat en de scheg verwijderd.
Net voor de achtersteven zie je het teenstuk zitten,
een massief stuk hout dat netjes pas gemaakt moet
worden.
|
|
 |
 |
|
De nieuwe kielplaat
is aan de voorkant licht kromgebrand en is zo pas
gemaakt dat hij tussen de vlakdelen in valt, maar
over het teenstuk en de achtersteven (zie de foto
waarop ik aan het breeuwen ben).
|
|
 |
 |
|
De middenstukken van
het vlak op de foto rechts worden ook vernieuwd.
Ook deze delen heb ik in de juiste kromming gebrand.
Je zou een rechte plank hier met klemmen wel in
kunnen krijgen, maar dan breng je veel te veel spanning
in het scheepje.
|
|
 |
 |
Het vervangen van de voorsteven
De nieuwe voorsteven
komt uit een plaat van een prachtig krom gegroeide eik. |
|
Inmiddels staat Lutjepotje een aantal
maal in de blanke lak. Vroeger heeft ze lange tijd zonder biezen
en zwart geschilderd boeisel rondgevaren, maar als echt pleziervaartuig
krijgt ze nu wel haar kleuren terug.
|
Historie
(een samenvatting uit het boek ‘Tjotters en Boatsjes’
van Dr. Ir. J. Vermeer)
Ofschoon de historie van
voor 1973 en ook de opdrachtgever onbekend zijn, liggen
de herkomst en het bouwjaar vast door een werfplaatje (Lourens
Wildschut, Gaastmeer) dat in de boot is aangebracht. Als
vroegst bekende eigenaar wordt genoemd A.M.v.d.Berg te Delft.
Wanneer en van wie hij het bootje kocht weten we niet. Zijn
dochter Belia zou het de naam ‘Lutjepotje’ hebben gegeven.
In 1973 werd het aangemeld bij de Stichting Stamboek Ronde
en Platbodemjachten; het werd onder nummer 780 ingeschreven.
In de schepenlijst staat van 1974 tot en met 1976 Belia
van den Berg te Delft als eigenaar vermeld. Uit het jaar
1974 stamt een opmetingstekening yan de hand van Jan Jacob
Kooy te Koog a/d Zaan.
Als volgende eigenaren zijn bekend achtereenvolgens Leo
de Jong uit Spakenburg en Dirk Brouwer uit Eemdijk. De vader
van de huidige eigenaar, de heer E.F. Slijper te Haarlem,
kocht het bootje in 1985 van laatstgenoemde. Het was er
intussen slecht aan toe. Eind 1987 heeft de scheepswerf
Th. Otto te Aalsmeer een complete restauratie uitgevoerd.
In 1987 is het scheepje gemeten door het watersportverbond.
Het kreeg het zeilnummer 114 RE toegewezen. In haar klasse
moet het een snelle zeiler zijn, gezien de prijzen die bij
de Westeinder zeilwedstrijden zijn behaald. Na het overlijden
van de heer Slijper in 1988 is het bootje steeds eigendom
gebleven van diens zoon, Mr. D.J. Slijper te Zoetermeer.
Deze vertelde ons nog, dat het houtsnijwerk was aangebracht
door Wouter Dam, naar ontwerp van de kunstschilder H.J.
Slijper, oom van de eigenaar.
De versiering op de roerkop, voorstellende een cherubijnachtig
kopje dat wind blaast, moet de naam symboliseren: ‘Lutjepotje’
zou een Gronings koosnaampje zijn voor een baby of kleuter. |
|