 |
Vroeger verdiende
ik mijn zakgeld bij een boomkweker in Boskoop. Ogenschijnlijk
zomaar een bijbaantje. Maar ik leerde er zien hoe bomen
groeien en wat hout nodig heeft om goed tot zijn recht
te komen, hoe het leeft. En van het spaargeld kon ik
op mijn achttiende na een punter, uiteindelijk een tjotter
kopen. De Hilda, die toen Lotus heette en verwaarloosd
onder een dekzeil aan de Reeuwijkse plassen lag.
Twee zomers heb ik met
de Hilda gezeild. Onderweg naar Friesland moesten we
’s nachts de wekker zetten om te hozen – er moesten
nodig een paar gangen vervangen worden. En zo belandde
de tjotter voor een flinke onderhoudsbeurt in de schuur
van mijn vader, om er pas 18 jaar later als nieuw weer
uit te komen.
|
| Het leven ging verder.
Ik was afgestudeerd tuin- en landschapsarchitect, maar het
water trok. Ik belandde als schipper op een grote zeilklipper
waarop ik jaren met mijn vrouw en later kinderen, heb gezeild.
Dat bleek een ideale plek om mijn enthousiasme voor zeilen,
water en natuur over te brengen op andere mensen.
Vanaf 1993 heb ik langere
periodes bij Jachtwerf Piersma gewerkt. Eerst alleen ’s
winters, later ook in andere jaargetijden. Zoveel
schepen, zoveel restauraties, zoveel mogelijkheden om de
fijne kneepjes van het vak van scheepsbouwer te leren.
Altijd op zoek naar oude lijnen in een schip en het
juiste stuk hout voor oorspronkelijke constructies. Zo
ontwikkelde ik gaandeweg een oog voor specifieke
kenmerken van schepen en bouwers.
Inmiddels wonen we al een aantal jaar in Heeg en werk ik
als zelfstandig scheepsbouwer op
mijn eigen werf.
Daarnaast ben ik tussen de bedrijven door
schipper op een zeetjalk van de Titaan B.V. En
natuurlijk strijden wij met onze
Hilda weer
als vroeger om de eerste plaatsen bij wedstrijden.
Heeft u vragen of
opmerkingen??? Bel gerust
06 10280882
of reageer
via
e-mail.
|
Martijn,
de scheepsbouwer aan het woord
Onlangs sprak Peter van Broek, een oude
studievriend die hem lang niet had gezien,
met Martijn. Omdat daarbij zowat z'n hele
loopbaan als scheepsbouwer aan de orde kwam,
vinden we het leuk om een aantal onderwerpen
die daarbij ter sprake kwamen, hieronder
ook weer te geven. Het geeft een aardige
inkijk in Martijn's idealen en leven als
scheepsbouwer. |
|
Ik ken je natuurlijk nog uit de tijd dat
je tuinen ontwierp en elke boom of struik
zo wist te snoeien dat hij weer volop in
bloei kwam. Had je je toen kunnen voorstellen
dat je nu een werf voor houten schepen zou
runnen?
Nee, niet zo concreet. De “Hilda” (een tjotter
uit 1888) was mijn hobby en timmeren ging
me makkelijk af, maar ik heb lang gedacht
dat ik tuinarchitect zou worden. Maar het
was me toen al wel duidelijk dat ik iemand
ben die ergens ideeën over heeft en die
ook graag zelf ten uitvoer wil brengen.
In de jaren dat ik als schipper van een
grote klipper verantwoordelijk was voor
het zeilen met gasten en het onderhoud van
het schip kwam die eigenschap al goed van
pas. En nu ben ik ook weer eigen baas en
kan ik het werk aan boeiers, tjotters, Friese
jachten en jollen volgens mijn eigen visie
uitvoeren.
Vertel eens, wat heb je dan voor ideeën
over het restaureren van een boot?
De vraag hoe een schip of een constructie
vroeger gemaakt is, staat bij mij altijd
voorop. Laatst heb ik een zeilwerk vernieuwd
van een schouw en dat had ik redelijk eenvoudig
op de standaard manier kunnen doen. Maar
in dit schip zat een bijzondere constructie
die ik ook terugvond op oude tekeningen
van het schip en een model in het Fries
Scheepvaart Museum. Daarom heb ik het helemaal
origineel nagemaakt. Omdat je aan historische
schepen werkt, vind ik dat belangrijk. Bovendien
zijn schepen vaak met de jaren wat uitgezakt,
of zijn door eerdere restauraties de oude
lijnen verknoeid. Ik doe dan mijn best het
schip zijn lijnen weer terug te geven. Voorts
moet de afwerking mooi zijn, dus netjes
timmerwerk en mooi lakwerk. En tot slot
zijn er natuurlijk nog technische zaken
zoals het met precisie krom branden van
gangen en matig gebruik van epoxy. Dat alles
bij elkaar is voor mij de betekenis van
vakmanschap.
Waar haal je dan die kennis vandaan?
Je hebt er geen opleiding voor gevolgd?
Gelukkig heb ik een redelijk fotografisch
geheugen. En vijftien jaar lang heb ik bij
verschillende werven gewerkt en aan tientallen
ronde jachten restauraties uitgevoerd. Voor
wie de schepen kent: ik werkte o.a. aan
de restauratie van de Phoenix,
de Ludana, de Maartje,
de ST 59, Friese jachten als
de Argo, de Stânfries
en de Roeland. Van
vele schepen ken ik zo de historie en de
specifieke eigenschappen. |
 |
|
En kom ik
iets tegen dat ik niet ken, dan zoek ik
het op. Voor de bouw van de palingaak heb
ik ook allerlei zaken uitgezocht in literatuur
en scheepvaartmusea. |
|
| Bijvoorbeeld
dat palingaken al gebouwd werden met ijzeren
nagels in plaats van uitsluitend met houten
pennen. En ik heb de details van de constructies
achterhaald waarmee de zware berghouten
en stuiten van deze schepen gemaakt zijn.
Je werkt
ook nog steeds mee aan de bouw van de
palingaak in Heeg?
Ja, inderdaad. In 2006 heb ik er veel gewerkt,
zowel aan de voorbereiding, het uitwerken
van het lijnenplan als bijvoorbeeld ook
aan het branden van de 10 meter lange, decimeter
dikke gangen.
|
|

|
| Momenteel
besteed ik veel tijd aan het werk op mijn
eigen werf, maar ik ben nog steeds als een
soort adviseur verbonden aan dat project.
Uit mijn tijd in de zeilcharter ken ik vele
tjalken (en de palingaak is een soort tjalk),
ik ken de praktijk van het zeilen met die
grote schepen en ik heb veel ervaring met
het bouwen van houten ronde jachten. Die
combinatie komt goed van pas.
En als
ik je over vijf jaar nu weer tegen kom?
Wat doe je dan?
Ik werk eraan dat
Wind en Water
tegen die tijd groter is gegroeid en dat
ik nog steeds mijn kennis en ideeën kwijt
kan om ons nautisch erfgoed te behouden.
En dan niet alleen om in een museum te zetten,
maar ook om - net als vroeger - lekker met
die schepen te zeilen. Ik heb zo’n plezier
in dit werk dat ik me hiermee wel oud zie
worden.
Heb je dan nog iets te dromen?
Nou, ik zou toch ook wel eens een nieuw
schip willen bouwen. Een Fries jacht, of
misschien een tweede “Hilda”. In een onbewaakt
ogenblik vraag ik me wel eens af: zal ik
het dan van tekening bouwen, of toch op
het oog?
|
|
|