| De tjotter RŪZER
(2005)
Winter 2005 kocht Riteke
Kemper het boatsje de Rūzer en dat scheepje bleek in veel
slechtere staat te zijn dan gedacht. In het voorjaar verving
ik gaandeweg de hele huid, het vlak, de meeste spanten,
het voor en achterdekje en de voorsteven. Alleen de middenstukken
van het boeisel, de mastbank en enkele spantjes waren nog
goed genoeg om te blijven zitten. Misschien was het uiteindelijke
makkelijker geweest om alles te vervangen, maar ik vind
het waardevol als je nog kunt zien dat het een scheepje
met historie is. Denk je eens in wat voor verhalen zon
boatsje (bouwjaar 1898!) kan vertellen. |
 |
Deze restauratie bood
bovendien de gelegenheid de lijnen van het boatsje weer
vloeiend te laten verlopen. In de loop der jaren waren
zowel het voor- als achterschip weggezakt. Vanuit het
midden kijkend naar voren en achteren zag je duidelijk
een knik in het verloop van de kraal op het boeisel.
Door o.a. de gangen bij de restauratie hoger op te trekken
en de oude (kortere) lengtemaat aan te houden, heeft
het scheepje haar oorspronkelijke sierlijkheid terug
gekregen.
Nog een extra aspect aan deze restauratie was de hulp
van de man van Riteke, Peter Tolsma, voormalig voorzitter van de
SSRP, ditmaal in de rol van leerling-timmerman. |
Historie
(een samenvatting uit het boek Tjotters en Boatsjes
van Dr. Ir. J. Vermeer)
In de eerste schepenlijst
van de nieuwe Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten,
gepubliceerd in De Waterkampioen van 1956, komt deze
kleine tjotter reeds voor. De eigenaar was toen J. Wiersma
te Leeuwarden. In 1954 kocht deze het naamloze bootje
na een oproep in het advertentieblad FRISIA. Hij gaf
het de naam Rūzer. Volgens de heer Wiersma woonde
de verkoper aan de Lemmerweg onder de rook van Sneek;
diens naam wist hij zich niet meer te herinneren. Het
scheepje was afkomstig uit de buurt van Oppenhuizen.
Toen Wiersma het kocht, was het gedeeltelijk met zink
beslagen, wat erop wijst, dat het toen al vrij oud geweest
moet zijn. Hij heeft het wat opgeknapt en van houtsnijwerk
op bedelbalk en roer voorzien. Een van de latere eigenaars,
de heer B. Haacker te Dordrecht (eerder wonende te Oostvoorne),
heeft zich blijkens bewaard gebleven correspondentie
vrij intensief met de opsporing van de historie van
dit bootje beziggehouden. Hieraan ontlenen we het volgende.
Het bootje is naar alle waarschijnlijkheid gebouwd door
Hans Bijl. Bijl was een typische bouwer van kleine bedrijfsboten
voor boeren, vissers, handelaren en jagers. De Rūzer
is als zon boerenbootje ontstaan. Volgens Haacker
was het tot 1952 als zodanig in gebruik bij een veehouder
in Oppenhuizen genaamd Nauta. Deze vertelde Haacker
het bootje in 1933 met de boerderij te hebben gekocht;
het bootje hoorde erbij.
Wat het bouwjaar betreft, op de inhouten in het achterschip
zijn (waren) drie letters en twee cijfers uitgesneden,
namelijk de letters M, R en B, een onduidelijke 4, die
ook als 9 gelezen kan worden en een 8. Men denkt dat
hiermee het bouwjaar wordt aangeduid, dat Wiersma als
1948 heeft gelezen en anderen als 1898. Zoals uit het
bovenstaande blijkt, kan het jaar 1948 niet juist zijn.
Bovendien was 1948 het jaar waarin de werf werd opgeheven
en Gooitzen Bijl naar Amerika vertrok. Daarmee is natuurlijk
niet bewezen, dat het jaartal 1898 inderdaad het bouwjaar
is, maar onmogelijk lijkt dat niet. Omdat we van de
geschiedenis van voor 1933 niets hebben kunnen achterhalen,
blijft dit speculatie. Overigens twijfelen wij er niet
aan dat Hans Bijl de bouwer was.
In 1957 verkocht Wiersma de Rūzer aan mejuffrouw
L. Sluyter te Aerdenhout. Het scheepje kreeg in dat
jaar het stamboeknummer 70 toegewezen. Mej. Sluyter
huwde in 1959 met de arts H. Burger, die zich als internist
vestigde in Winterswijk. Enige jaren lag het bootje
toen bij de Roei- en Zeilver. Jason te Arnhem en voer
men op de Nederrjjn. Later bezat de familie een zomerhuisje
in de omgeving van Giethoorn, zodat het vaargebied de
kop van Overijssel werd. In 1968 werd deelgenomen aan
de reünie van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten
in Blokzijl met wedstrijden en admiraalzeilen op de
Beulakerwiede, die door zeer slecht weer werden geplaagd.
In het jaar 1968 werd de Rūzer verkocht aan de heer
Haacker te Oostvoorne. Het vaargebied bleef de omgeving
van Giethoorn. Voor de nieuwe eigenaar was dit kennelijk
te ver van zijn woonplaats.
Hij verkocht het bootje in 1971 aan Jan Stolp te Zaandam.
De toestand was toen dermate slecht, dat deze besloot
het door Piersma te laten restaureren. Aanvankelijk
nam hij het mee naar Noord Holland en zeilde ermee op
het Zwet en het Alkmaardermeer. Later vond het onderdak
bij de Jeugdherberg It Beaken in Heeg, waar Jan Stolp
ook optrad als zeilinstructeur. In 1977 verkocht hij
de Rūzer aan Noushka Thomas, toen student te Amsterdam.
Wie na haar nog enige jaren het bootje heeft gehad,
hebben we niet kunnen achterhalen. Vanaf 1990 kwam het
door bemiddeling van Piersma in handen van M. en P.
Savelsberg in Bant (NOP). Zij voeren ermee in de omgeving
van Lemmer. In 1995 kwam het bootje weer te koop en
werd eigendom van de heer F. Botman te Leeuwarden. |
|